
Soms kom je iets tegen wat je op geen enkele manier kan plaatsen. Toen we dit op het strand van Texel aantroffen leek het in eerste instantie een vreemd gevormde zandophoping. Bij nadere bestudering dacht ik te maken te hebben met zeewier of algen maar het bleek het harige mosdiertje (Bryozoa of Ectoprocta) te zijn. Het struikje op de foto is niet een enkel mosdiertje maar het bouwwerk van heel veel piepkleine mosdiertjes. Onder een loep (30x) wordt dit pas echt duidelijk. Het struikje verandert in een complete mosdiertjesstad die bestaat uit kleine cellen. Elke cel is ooit bewoond geweest door een klein waterdiertje van nog geen millimeter groot. Elk takje van mijn struikje is als een ronde etage van ongeveer 10 huisjes en en elke centimeter bestaat al snel uit 30 tot 50 etages, Het struikje op de foto zal naar mijn schatting als snel een half miljoen of meer bewoners hebben gehad. Op diverse plaatsen heeft een huisje als een soort balkonnetje een lange haar die de mosdiertjes hun naam heeft gegeven. Het zijn dus niet de diertjes zelf die harig zijn maar het zijn hun flatgebouwen die deze haren hebben.
Mosdiertjes komen in vele vormen voor of beter gezegd mosdiergebouwen komen in velerlei vormen voor. Sommige mosdiertjes bouwen hun huizen als korsten op rotsen of zeewier. Anderen, zoals de mosdiertjes die het bouwsel van de foto op hun geweten hebben, bouwen een in de stroming heen en weer wiegend mosachtig bouwwerk. Als een dergelijke kolonie de geest heeft gegeven, dan komen deze in grote aantallen op het strand terecht en dat is precies waar wij het aantroffen.

Elk afzonderlijk mosdiertje, zooïde genoemd, mag dan niet op ons mensen lijken maar ergens diep in de evolutie behoren we tot dezelfde tak. Net als wij bezit een zooïde een eigenschap dat ongeveer 550 miljoen jaar geleden is ontstaan, namelijk het bezit van een kop en kont en een tweezijdige symmetrie (anders dan bijvoorbeeld kwallen, anemonen en koralen). Van deze grote familie die de Bilateria wordt genoemd zijn ze dan wel van de tak die zich enkele miljoenen jaren later van onze stam heeft afgescheiden. In de stam van de mosdiertjes, de oermondigen, ontstaat bij de ontwikkeling van het embryo eerst de mond en dan de kont, in onze stam die dan ook de nieuwmondigen wordt genoemd ontstaat de kont eerst. De familie van de oermondigen is groot, insecten, spinnen, duizendpoten, weekdieren, regenwormen horen er allemaal bij en onze mosdiertjes dus. De eerste mosdiertjes bouwden hun flatjes ongeveer 480 miljoen jaar geleden. In hun tak is daarna niet zo heel veel meer gebeurt. De nieuwmondigen bouwden niet aan flatjes of schelpen maar ontwikkelden een schedel en wervelkolom. Tegen de tijd dat de eerste mosdiertjes hun bouwwerkjes maakten zwommen ons voorouders als beenvissen rond en zou het nog een kleine 50 miljoen jaar duren voordat de eersten zich op het land waagden. Met alle gevolgen van dien.
Onze mosdiertjes weten hun kop en kontbouw wel aardig te verbergen. Hun anus zit naast hun mond, wat wel handig is want daarom hoeft hun huisje alleen een voordeur te hebben. Hun mond is omgeven met een krans van tentakels waarmee ze plankton uit de zee vissen. Deze vangstwijze delen ze met de brachiopode, hun naast familie, die echter niet in een flat wonen maar hun eigen huisje betrekken. Ze lijken daarmee op de weekdieren met een schelp.
Of hun vermomming als zeewier een bewuste mimicry is of een toevallig ontstane constructievorm is moeilijk uit te maken. Alhoewel er wel sprake schijnt te zijn van enige taakverdeling binnen een kolonie, lijkt het niet aannemelijk dat een architect aanwezig is die bewust aanstuurt op wiergelijkende bouw. Hun naam, bryozoa, is wel afgeleid van deze mimicry, dit betekend in het Grieks namelijk zoiets als dierlijk korstmos of dierlijk wier,